Economie - Wet- en regelgeving

Voor decentrale overheden gaat marktwerking vaak gepaard met nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit Europese wet- en regelgeving. Een voorbeeld hiervan is de aandacht voor (Europese) aanbestedingsprocedures bij de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).

Demonstratie stakende postbodes Den Haag 16-11-2010. Foto: Oskar van Rijswijk Demonstratie stakende postbodes, Den Haag 16-11-2020. Foto: Oskar van Rijswijk

SER-advies

Via een intensieve lobby bij de leden van de Tweede Kamer heeft de FNV het voor elkaar gekregen dat de SER zich heeft gebogen over de voorwaarden waaraan invoering van martkwerking moet voldoen. Dit advies is in maart 2010 gepubliceerd.

In het advies staat dat er bij nieuwe marktordening aandacht besteed moet worden aan mogelijke negatieve effecten voor werknemers. Zo moet er gekeken worden naar de mogelijke consequenties voor de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van werknemers. En er moet worden nagegaan welke bestaande regelgeving toegepast kan en moet worden en of er internationale verdragen van toepassing zijn. Tot slot zal er bij nieuwe marktordeningsvraagstukken al in het beginstadium gesproken moeten worden met sociale partners.

Herstelplannen

Naast het SER-advies hebben bestuurders van sectoren waarin marktwerking al is toegepast herstelplannen opgesteld. Deze herstelplannen moeten de negatieve gevolgen voor werknemers repareren in de thuiszorg, het besloten taxivervoer, de inburgering en de postsector. Deze herstelplannen worden onder aandacht gebracht van de leden van de Tweede Kamer.

• SER-advies marktwerking

Duurzaamheid

Milieuwetgeving wordt steeds vaker niet meer in Den Haag maar in Brussel gemaakt. Europese richtlijnen en wetgeving bepalen in toenemende mate ook het Nederlandse milieubeleid.

Voor het klimaat- en energiebeleid is het Emissiehandelssysteem (ETS) van belang, zoals afgesproken in het Kyoto-protocol. Dit protocol loopt in 2012 af. Internationale onderhandelingen over een nieuw klimaatverdrag en opvolging van het Kyoto-protocol in december 2009  in Kopenhagen hebben vooralsnog niet geleid tot bindende internationale afspraken.

Groene en internationaal sociaal verantwoorde cao

Als contractpartij namens de werknemers bij cao’s maakt de vakbeweging afspraken die een groen en internationaal sociaal verantwoord karakter hebben. In het jargon van MVO worden werknemers ook wel ‘stakeholders’ genoemd. Dat is een ander woord voor belanghebbenden. Andere belanghebbenden zijn bijvoorbeeld aandeelhouders, omwonenden, belangengroepen of consumenten.

Groene en internationaal sociaal verantwoorde cao’s zijn dus vrijwillig overeengekomen contracten, waar de wetgever (in de toekomst) aan te pas komt door ze algemeen verbindend te verklaren. Dat betekent dat een afspraak door alle bedrijven in een bedrijfstak opgevolgd moet worden. Op deze manier wordt MVO toch minder vrijblijvend.

Voor ‘achterblijvende’ ondernemingen is er altijd de dreiging dat de wetgever alsnog wettelijke regels of eisen stelt. Uit de Tweede Kamer kwam bijvoorbeeld het initiatief om overheden 100 procent duurzaam te laten inkopen in het jaar 2010. Dit heeft heel veel gevolgen voor bedrijven die overheidsopdrachten krijgen. Zij moeten hun duurzame inspanningen straks aantonen.

Ondernemingsraden kunnen ook invloed uitoefenen, op basis van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), waarin de werknemersvertegenwoordigers een actieve taak op het gebied van milieuzorg toegewezen kregen.

OESO-richtlijnen

De OESO, de club van 34 meest ontwikkelende landen, kent richtlijnen voor multinationale ondernemingen, over hoe zij zich buiten de landsgrenzen gedragen. Onlangs zijn die richtlijnen herzien. Echte vooruitgang komt er pas als bedrijven zich op basis van richtlijnen ook werkelijk de maat willen laten nemen.