Diversiteit - Wet- en regelgeving
Er zijn verschillende nationale en internationale regels en wetten, waaraan we ons in Nederland moeten houden. De wet is heel duidelijk over discriminatie: het is verboden.
Artikel 1 van de Grondwet
In artikel 1 van de Grondwet staat: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Artikel 1 is verder uitgewerkt in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).
In mei 2010 heeft Tweede Kamerlid Boris van der Ham van D66 een initiatiefwetsvoorstel ingediend om artikel 1 van de Grondwet aan te passen. Het voorstel is mede-ondertekend door Naïma Azough van GroenLinks en Anja Timmer van de PvdA. In 1983 werd bij de behandeling van de Grondwet gekozen om vijf discriminatiegronden expliciet te benoemen – godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht – als ‘bij voorbaat verdachte discriminatiegronden’. Van der Ham, Azough en Timmer willen dat de gronden ‘handicap’ en ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’ hieraan worden toegevoegd.
Algemene wet gelijke behandeling
In de AWGB staat dat direct en indirect onderscheid verboden zijn. Direct onderscheid houdt in dat iemand wordt afgewezen voor een baan op grond van bijvoorbeeld zijn huidskleur of haar hoofddoek. Indirect onderscheid is vaak lastiger te herkennen. Een voorbeeld is dat iemand wordt afgewezen voor een baan als schoonmaker omdat hij of zij geen Nederlands spreekt, terwijl dat voor de baan eigenlijk helemaal niet nodig is. In de praktijk pakt zo’n onnodige taaleis discriminerend uit, omdat bepaalde groepen erdoor buiten de boot vallen. Volgens de AWGB is onderscheid onder andere niet toegestaan op het werk, maar bijvoorbeeld ook bij het toelaten van mensen tot een disco of restaurant. Op deze site beperken we ons tot werk en inkomen.
De wet kent een belangrijke uitzondering. Groepen die een achterstand hebben, mag een voordeeltje gegund worden om ongelijkheden op te heffen of te verminderen. Bij het werven van personeel mag voorrang gegeven worden aan mensen uit minderheidsgroepen en/of vrouwen omdat zij op de arbeidsmarkt ondervertegenwoordigd zijn.
De FNV heeft in september 2009 een brief gestuurd naar de Tweede Kamer over de herziening van de AWGB. De FNV richt zich met name op de zogenaamde ‘enkele feit-constructie’ die homoseksuele werknemers in religieuze instellingen onvoldoende bescherming biedt. De ’enkele feit-constructie’ houdt in dat je mensen niet mag weigeren om het enkele feit dat ze homo zijn of een homoseksuele relatie hebben. Maar ’bijkomende omstandigheden’ maken dit wel mogelijk.
Op basis van de ‘enkele feit-constructie’ kunnen instellingen met een religieuze grondslag bijvoorbeeld docenten van school sturen die openlijk vormgeven aan hun seksuele voorkeur en daarmee de grondslag van de instelling zouden schenden. Hierbij kun je denken aan deelname aan de Gay Pride, lidmaatschap van een homo-organisatie of tijdens een lesuur openlijk praten over samenwonen met je partner. De FNV vindt dan ook dat de ‘enkele feit-constructie’ beter kan vervallen.
In de Tweede Kamer hebben de fracties van D66, PvdA, VVD, SP en Groenlinks zich in het verleden al uitgesproken tegen de ‘enkele feit-constructie’. In september 2010 heeft een ruime meerderheid in de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot afschaffing van de 'enkele feit-constructie' dat D66-Kamerlid Boris van der Ham in deze maand heeft ingediend.
Burgerlijk recht en strafrecht
De Algemene wet gelijke behandeling valt onder het burgerlijk recht. Burgers kunnen bij de rechter tegen elkaar actie ondernemen als ze vinden dat er iets gebeurd is dat niet spoort met de wet. Vaak kun je dan bijvoorbeeld een schadevergoeding vragen. Naast het burgerlijk recht is er het strafrecht, waarbij je als burger aangifte bij de politie kunt doen, waarna de overheid bij de rechter actie onderneemt. Hierop kan een boete of gevangenisstraf volgen.
Wetboek van Strafrecht
Ook in het Wetboek van Strafrecht staan verschillende antidiscriminatie wetsartikelen. Bijvoorbeeld dat discriminatie op grond van ras is verboden. Het gaat bij deze artikelen om misdragingen die te maken hebben met belediging en het aanzetten tot haat tegen andere groepen. Hierbij kun je denken aan het verspreiden van discriminerende folders, of het schreeuwen van leuzen tegen buitenlanders. Daarnaast is het verboden om in het kader van je beroep, bijvoorbeeld als eigenaar van een discotheek of als kamerverhuurder, mensen te discrimineren.
Het grote verschil met burgerlijk recht is dat je als burger niet zelf aangifte hoeft te doen van discriminatie. Het Openbaar Ministerie kan ook op eigen initiatief tot vervolging overgaan.
Commissie Gelijke Behandeling
Wanneer je denkt dat er iets is gebeurd wat in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling, kun je terecht bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). De oordelen van de commissie zijn niet bindend. Zij zijn een advies en mensen zijn niet verplicht ernaar te handelen. Dit in tegenstelling tot de oordelen van een gewone rechter, die doet een uitspraak waaraan de werknemer en de werkgever zich moeten houden. Toch wordt er vaak geluisterd naar het oordeel van de CGB. De rechter kan het oordeel van de commissie in zijn eigen vonnis betrekken.
Toch is dat niet altijd zo. Soms leiden de oordelen van de CGB tot onrust, zoals bij de kwestie van de Rotterdamse sollicitant die vanwege zijn geloofsovertuiging weigert de handen van vrouwen te schudden. Hij werd daarop afgewezen voor de functie. De commissie oordeelde in deze casus dat er sprake is van ongelijke behandeling. De gemeente Rotterdam was het niet eens met het oordeel en legde de kwestie aan de rechter voor. De rechter oordeelde dat de gemeente Rotterdam correct had gehandeld. Maar in verreweg de meeste gevallen wordt het oordeel van de commissie gevolgd.
Europees en Internationaal Recht
Nederland is lid van de Europese Unie. Dat betekent dat wij ons moeten houden aan de regels die vastgesteld worden door de gezamenlijke lidstaten in Brussel. In het Verdrag van Amsterdam staat dat rassendiscriminatie verboden is. Alle lidstaten moeten ervoor zorgen dat hun nationale wet- en regelgeving met betrekking tot rassendiscriminatie voldoet aan de eisen van de Europese Unie. Elke twee jaar moeten de lidstaten rapporteren over hoe het er in hun land voor staat.
In het Internationaal Verdrag betreffende Burgerrechten en Politieke rechten staan een gelijkheidsgebod en een discriminatieverbod, onder andere op grond van ras.
In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat dat de rechten en de vrijheden, die in dit verdrag zijn vermeld, moeten worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook.

