Kinderopvang
Goede kinderopvang is cruciaal voor het verhogen van de arbeidsparticipatie, in het bijzonder van vrouwen. Te verwachten valt dat door de bezuinigingen de arbeidsparticipatie alleen maar verslechtert.
De kabinetsplannen
Door de niet verwachte groei van de formele kinderopvang en mede doordat de werkgevers de afgelopen jaren te weinig hebben betaald, zijn de kosten voor kinderopvang voor de overheid uit de hand gelopen.
Volgens het regeerakkoord zal in totaal (samen met de reeds aangekondigde bezuinigingen van het vorige kabinet) in 2015 sprake zijn van een bezuiniging op de kinderopvang van 995 miljoen. Dat is een derde van de begroting.
Samen met de al eerder aangekondigde verlaging van de kinderopvangtoeslag in 2011 zullen de volgende extra maatregelen worden genomen om deze gigantische bezuiniging te bereiken:
• Verlaging van de kinderopvangtoeslag voor het 2e kind.
• Verlaging van de maximum vergoeding per uur richting de 5 euro.
• De werkgeversbijdrage wordt voor de hogere inkomens afgeschaft.
Gevolgen
Als de verlaging van de uurvergoeding doorgaat, is dat desastreus. Ouders die meer dagen afnemen zijn de klos. En wat te denken van alleenstaande ouders die geen keuze hebben om minder te gaan werken en vaak meerdere dagen kinderopvang nodig hebben.
Ouders zullen gaan uitwijken naar informele opvang of besluiten minder uren te gaan werken en zelf (een deel van) de zorg op zich te nemen. Dat kan enorme gevolgen hebben voor de branche. Kinderopvangorganisaties zullen failliet gaan, wat baanonzekerheid betekent voor de werknemers en verlies van aanbod waardoor de wachtlijsten weer langer worden. Het is bovendien een vernietiging van wat tot nu toe is opgebouwd in de kinderopvang. Er is geïnvesteerd in uitbreiding, gebouwen en opleidingen voor leidsters.
Bij invoering van de Wet kinderopvang is afgesproken dat werkgevers een derde van de werkelijke kosten per werknemer zouden vergoeden. Dit is in 2005 in de cao’s geregeld. In 2007 is deze vergoeding, wegens administratieve rompslomp en het aantal werkgevers dat niet meebetaalde aan de kinderopvang, collectief geregeld.
Werkgevers betalen een percentage van de loonsom via een opslag op de WW-premie en ouders krijgen de werkgeversbijdrage, samen met de kinderopvangtoeslag, via de belastingdienst uitgekeerd.
Werkgevers zouden van het totale budget aan kinderopvangtoeslag ten minste 33,3 procent moeten meebetalen. Ze betalen echter slechts 22 procent.
Wat vindt de FNV?
Goede kinderopvang is cruciaal voor het verhogen van de arbeidsparticipatie, in het bijzonder van vrouwen. Te verwachten valt dat door de rigoureuze bezuinigingen de arbeidsparticipatie alleen maar verslechtert.
De FNV vindt dat met de bezuinigingen die al tot en met 2011 zijn doorgevoerd de grens bereikt is.
Werkgevers moeten daadwerkelijk voor een derde gaan bijdragen.
Verder wil de FNV dat het kabinet de plannen van de Taskforce Kinderopvang steunt. Daarin wordt voorgesteld om voor kinderen van 0 tot 12 jaar tot doorlopende dagarrangementen te komen met veel aandacht voor de ontwikkeling en een gevarieerd aanbod van activiteiten.
Klik hier voor een uitgebreider artikel

