Arbeidsparticipatie - Standpunt FNV
De FNV vindt dat niet alleen een betaalbare welvaartsmaatschappij het doel is van een hoge participatiegraad, maar dat meedoen een betere garantie op welbevinden is dan niets doen. Volledige participatie betekent niet alleen betaalde arbeid. Als betaalde arbeid te hoog gegrepen is, dan zijn er andere manieren waarop mensen kunnen bijdragen aan de samenleving, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk. Er is voor iedereen recht op een geschikte plaats en iedereen heeft bij het zoeken naar deze plaats recht op ondersteuning.
Specifieke maatregelen die volgens de FNV nodig zijn
Eén ondersteuningspakket voor re-integratie
Het huidige pakket is complex, ondoorzichtig en ingewikkeld. De FNV wil het pakket aan ondersteuningsvoorzieningen sterk vereenvoudigen door het los te koppelen van de uitkeringen. Er één pakket van re-integratiemaatregelen van te maken dat voor iedereen geldt die ondersteuning nodig heeft om aan het werk te komen.
Dit pakket wordt wettelijk vastgesteld. De mogelijkheden van werkzoekende en de arbeidsmarkt bepalen de inzet van de ondersteuningsvoorzieningen. Het pakket geldt in ieder geval voor iedereen die valt onder de Wajong, WWB en de WSW.
Participatieladder
De FNV stimuleert het gebruik van de participatieladder. De positie op de ladder geeft inzicht in de persoonlijke arbeidsmarktpositie. Aan de positie is de ondersteuningsbehoefte gekoppeld. Het streven is dat iedereen zo hoog mogelijk op de ladder eindigt.
Maar altijd moet het inkomen zodanig zijn dat als je het voor jou hoogst haalbare bereikt hebt, daar een fatsoenlijk bestaan mee kan opbouwen en een zekerheid dat dat je niet wordt afgepakt. Per bereikte trede moet volgens de FNV het inkomen hoger worden. Wanneer je afhankelijk bent van loonkostensubsidies, dan wordt de productiviteit periodiek vastgesteld door een onafhankelijke instantie. De werkgever wordt voor het verlies aan productiviteit gecompenseerd met loonkostensubsidie.
Permanente loonkostensubsidie
Permanente loonkostensubsidie moet voor de FNV mogelijk worden. Als dat bij reguliere werkgever is, dan moet de overheid garant staan voor permanente subsidie tot het eind van het dienstverband, in ruil voor een vast dienstverband. Loonkostensubsidie is volgens de FNV altijd te verkiezen boven loondispensatie
Instroomafspraken op cao-niveau
Voor de beschikbaarheid van banen aan de onderkant stelt de FNV voor om meer instroomafspraken voor de kwetsbare groepen op te nemen in de cao’s, gecombineerd met het gebruik maken van de onderste loonschalen. Verder geldt er een verplichte maatschappelijke verantwoorde aanbesteding voor alle publieksorganen.
Onderscheid in uitvoering tussen werklozen met en zonder arbeidshandicap
Voor de uitvoering is het onderscheid tussen de arbeidsgehandicapten om medische redenen en niet-arbeidsgehandicapten van belang. De re-integratie van arbeidsgehandicapten, het beoordelen van een arbeidsplaats op belasting en de belastbaarheid van betrokkene, vereist specifieke kennis en ervaring.
Daarom stelt de FNV voor dat de uitvoering door verschillende disciplines gebeurt. Aansluitend bij de huidige situatie is de FNV van mening dat het UWV de expertise bezit om werkzoekenden met een arbeidshandicap te begeleiden naar werk. Dit zijn de Wajongers en WGA'ers. WWB'ers worden door gemeenten begeleid naar werk.
Werkgevers medeverantwoordelijk voor de financiering Wajong
Ondanks veel overheidscampagnes en verleidingsmaatregelen, nemen werkgevers spaarzaam Wajongers aan, ondanks het feit dat de meeste Wajongers wel kunnen werken. Daarom is volgens de FNV een andere manier van financiering van de Wajong nodig. Een die werkgevers stimuleert om Wajongers in dienst te nemen.
De FNV stelt daarom voor om de Wajong niet langer geheel te financieren uit algemene middelen, maar gedeeltelijk uit premies die door werkgevers worden opgebracht. Bedrijven die voldoende Wajongers in dienst hebben, betalen niets. Bedrijven die daar beneden zitten, betalen een standaardpremie over de loonsom. De FNV stelt voor dat er per 100 werknemers 1 Wajonger in dienst moet zijn om aan de premie te ontkomen.
Zelfsturing van werkzoekenden
Een betere match tussen werkzoekenden en de mogelijkheden van re-integratie-ondersteuning kan de effectiviteit van de re-integratie verbeteren. Een manier om match te bevorderen, is door werkzoekenden zelf te laten (mee)beslissen over de invulling van het re-integratietraject en de keuze door wie dat traject uitgevoerd wordt.
De FNV stelt voor dat gemeenten de mogelijkheid bieden van een persoonlijk re-integratiebudget. De Divosa-monitor 2009 wijst uit dat slechts 40 procent van de sociale diensten de werkzoekende hiertoe de mogelijkheid biedt.

