Missie

De FNV wil een samenleving die alle burgers gelijke kansen biedt. Een duurzame samenleving, die recht doet aan de diversiteit in de bevolking. De FNV werkt daaraan door op te komen voor materiële en immateriële belangen van werknemers, zzp'ers en uitkeringsgerechtigden. De FNV staat open voor mensen van alle gezindten.

Kernthema

Het kernthema van de FNV is Gewoon Goed Werk. Werkenden in Nederland, en ook daarbuiten, hebben recht op gezond en veilig werk met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Het gaat de FNV om meer dan alleen inkomen. Voor ons is kwaliteit van leven en werk leidend. De FNV gaat daarom niet alleen voor meer welvaart, maar ook voor meer welzijn.

Decent Work.gif

Er moet met andere woorden een breed welvaartsbegrip gelden, geen smalle, puur economische invulling van dat begrip. Ook een zwart-wit tegenstelling, tussen particulier initiatief en vrije marktwerking aan de ene kant en de rol van de overheid aan de andere kant, is niet aan de orde. De FNV streeft naar een sociale markteconomie.

Dit vereist een democratische maatschappij met zeggenschap en verantwoordelijkheidsgevoel van burgers en specifiek van werkende mensen. Democratisering van de maatschappij in al zijn onderdelen en op elk niveau betekent dat iedere uitoefening van macht is gebonden aan verantwoordingsplicht tegenover de betrokkenen.

Uitgangspunten

De FNV baseert zich op de volgende uitgangspunten:

  • Het recht van ieder op zinvolle betaalde arbeid die zo veel mogelijk aansluit op ieders persoonlijke belangstelling en capaciteiten.
  • Arbeidsomstandigheden die getuigen van respect voor de menselijke waardigheid, veiligheid en gezondheid.
  • Sociale zekerheid voor allen, ter waarborging van een menswaardig bestaan.
    Onderwijs, scholing en vorming voor ieder, met het oog op een volwaardig persoonlijk en maatschappelijk functioneren.
  • Het recht van vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie, zeggenschap van werkenden over de ondernemingen en instellingen waarvan zij deel uitmaken, met inachtneming van de grenzen die de samenleving moet stellen aan het doen en laten van ondernemingen en instellingen.
  • Een maatschappelijk verantwoorde en zinvolle productie van goederen en diensten, een verantwoorde omgang met de natuurlijke hulpbronnen en de natuurlijke omgeving, in het besef van hun kwetsbaarheid en eindigheid.