Pensioenfondsen beheren ons ingelegde pensioengeld. Het is hun taak om hier verstandig mee om te gaan. Het geld van pensioenfondsen wordt niet alleen belegd, maar het is een combinatie van sparen en beleggen. Het is dus niet of sparen of beleggen, maar sparen én beleggen. Dat is al zo en dat blijft zo.
Beleggen is broodnodig om uiteindelijk voldoende rendement te halen, zodat het pensioen op waarde blijft. Want € 1.000 euro lijkt in 2011 leuk te staan op een pensioenoverzicht, over 10, 20 of 30 jaar kan je met zo’n bedrag veel minder kopen. De prijzen en onze lonen stijgen namelijk, dus ons pensioengeld moet dat ook doen, zodat we met dat geld voldoende kunnen kopen.
Met sparen alleen lukt het niet om het stijgende prijzen en lonen bij te houden. Het levert simpelweg te weinig op. Als we alleen zouden sparen in plaats van beleggen zou de premie met 70% stijgen of anders krijgen we 40% minder pensioen. Dat moeten we niet willen en daarom beleggen pensioenfondsen een deel van het geld, want dat levert over het algemeen meer rendement op. Zij krijgen hierbij overigens niet alle vrijheid om dit te doen. Binnen een bepaalde bandbreedte krijgen zij de ruimte om goede beslissingen te nemen voor de lange termijn.