Als je plotseling een ziek kind, zieke partner of ouder moet verzorgen, hoef je daar niet altijd vrij voor op te nemen. Dankzij de Wet arbeid en zorg kun je recht hebben op (deels) betaald kortdurend zorgverlof. Dit verlof is bedoeld voor situaties waarin geen andere oplossing is. Als een ziek kind bijvoorbeeld door je partner of de grootouders kan worden opgevangen, heb je geen recht op dit kortdurend zorgverlof. Je werkgever mag je vragen aan te tonen dat het verlof noodzakelijk is. Alleen als het grote problemen zou opleveren voor je werk, kan hij weigeren.
Je mag in een jaar tijd maximaal twee keer je werktijd per week als kortdurend zorgverlof opnemen. Als je 32 uur per week werkt, kan je dus per jaar 64 uur opnemen. Deze uren mag je versnipperen.
Kortdurend zorgverlof wordt meestal gedeeltelijk doorbetaald. In de wet staat dat je werkgever ten minste 70 procent van je loon moet betalen, en minstens het minimumloon. In de cao (of een regeling die met het medezeggenschapsorgaan is overeengekomen) kan van de wettelijke zorgverlofregeling worden afgeweken. Het kan betekenen dat je werkgever je loon volledig doorbetaald, maar ook dat hij je loon helemaal niet doorbetaalt. Ook het aantal zorgverlofdagen kan anders zijn.