Als je ziek bent, moet je samen met je werkgever proberen zo snel mogelijk weer aan de slag te komen (re-integreren). Binnen de eigen organisatie of misschien daarbuiten. Als de arbodienst of bedrijfsarts denkt dat het langer gaat duren, dan geeft de arbodeskundige of de bedrijfsarts geeft uiterlijk na 6 weken ziekte een advies over de mogelijkheden om weer aan het werk te gaan. Dat heeft een probleemanalyse (PA).
Na 8 weken moet je met je werkgever een plan van aanpak hebben gemaakt voor herstel en re-integratie, de PA dient hierbij als leidraad. Je kiest samen iemand die de uitvoering van het plan begeleidt: de casemanager. Bij de uitvoering van het plan kan je werkgever een re-integratiebedrijf inschakelen.
Samen met je werkgever wordt een re-integratiedossier gemaakt, waarin alles staat dat wordt afgesproken en gedaan. Bekijk samen regelmatig hoe alles loopt en of het plan moet worden bijgesteld. Hou ook zelf bij wat je, naast de activiteiten uit het plan van aanpak met je werkgever, doet om te herstellen en weer aan het werk te gaan.
Na een jaar ziekte is er een verplicht evaluatiemoment tussen jou en je werkgever. Ben je na 20 maanden nog niet volledig aan de slag, dan stel je samen met je werkgever een re-integratieverslag op. Daarin staat wat er concreet is gedaan en bereikt en wat je daarvan vindt. Als je bij het UWV een WIA-uitkering aanvraagt, moet je het re-integratieverslag overleggen. Alleen als jij en je werkgever genoeg hebben gedaan om jou weer aan de slag te krijgen, volgt eventueel de keuring. Als jullie denken dat het met wat extra tijd nog wel goed komt, kun je aan het UWV vragen om de keuring maximaal 1 jaar uit te stellen.
In Wie schrijft die blijft kun je bijhouden wat wanneer gebeurd is tijdens je ziekte. Dit boekje kun je bestellen bij de FNV Servicelijn 0900 3300300 (10 cpm), elke werkdag van 12.30 tot 16.00 uur.