FNV-voorzitter Ton Heerts: ‘Het wordt niet meer zoals het was’
'Het is een zware, mooie klus die ik moet doen. Maar ik heb er zin in!', zegt Ton Heerts enthousiast over zijn voorzittersrol in het vernieuwingsproces van de vakbeweging FNV. Op weg naar het oprichtingscongres in mei 2013 ziet Ton het als zijn missie om de structuur maar vooral ook de inhoudelijke cultuur van de vakbeweging ten goede te keren.
Hoe zijn de eerste weken als voorzitter je bevallen?
Ik wist al van tevoren dat het niet gemakkelijk zou zijn. En dat is de eerste weken wel bevestigd. Er is te lang gesteggeld over hoe het verder moest met de FNV en dat heeft zijn weerslag gehad op de cultuur binnen de organisatie. Dat is de leden niet ontgaan en die hebben dat ook laten blijken. Ik heb mails ontvangen van mensen die hun lidmaatschap daarom hebben opgezegd. Maar zij hebben aangegeven wel weer terug te willen komen als het weer goed gaat met de FNV. Zelf overwoog ik vijf weken geleden ook om mijn lidmaatschap op te zeggen. Ik had ook geen zin meer in het geruzie bij mijn club.
Wat is jouw rol in het vernieuwingsproces?
We staan nu aan het begin van alle veranderingen die we door moeten maken. We moeten herkenbaarder worden, meer aanspreekbaar worden voor jongeren en het moet duidelijk worden waar we voor staan. Ik wil me graag inzetten om het tij te keren en duidelijkheid voor de leden te scheppen.
Gisteren is in de federatieraad het besluit genomen om de stuurgroep ‘Nieuwe vakbeweging in oprichting’ in te stellen. Ik ben voorzitter van de FNV èn voorzitter van deze stuurgroep, die het hele veranderingsproces gaat bewerkstelligen. Deze stuurgroep gaat aan de slag om het definitieve besluit voor een nieuwe vakbeweging in 2013 voor te bereiden. Tijdens deze overgangsperiode werken we met ‘FNV in beweging’. Op termijn kunnen de leden zich uitspreken over een definitieve naam.
Hoe het allemaal gaat lopen, is nog niet duidelijk, maar één ding is zeker: het wordt niet meer zoals het was.
Wat gebeurt er met het rapport van de kwartiermakers?
Het plan van Klijnsma is niet in volle breedte overgenomen. Het heeft er wel toe geleid dat 16 bonden, dat is inclusief de nieuwe bond FNV Jong, op 23 juni getekend hebben om mee te doen. Het plan heeft dus wel z’n waarde en werking gehad, maar het was niet voldoende voor die 16 bonden. Daarom is ook de stuurgroep opgericht. En die moet nu zowel het bestuurlijke proces als het structuurproces gaan vormgeven richting mei 2013.
Het belangrijkste wat is overeengekomen, is dat we met respect voor ieders eigenheid verder willen komen. Eenheid in verscheidenheid, samen bouwen aan een nieuwe koepel, wat nu de vakcentrale is. De bonden die zijn ingestapt, kunnen zich opsplitsen in sectoren. Welke sectoren dat zijn, dat moeten de bonden eind augustus bekendmaken. Hoe dat dan met betrekking tot besluitvorming in stemmen wordt vertaald, dat is een vraag waar we ons over moeten gaan buigen. We gaan in ieder geval niet meer denken in machtsblokken, dat is voor de stuurgroep een heel belangrijk punt.
Maar wat ik interessanter vind, zijn de mensen die in het ledenparlement komen. Die moeten we met opleidingen en de juiste bagage in staat stellen dat ze voor de hele koepel beslissingen kunnen nemen. Dus ze zitten daar niet uitsluitend in voor hun eigen sector terwijl de rest hun niks kan schelen.
Hoe merken de leden dat er eindelijk echt wordt doorgepakt?
Volgens mij gebeurt dat nu. Er is openheid over hoe het nu wordt aangepakt en om welke mensen het gaat. Ik denk dat één van de grote dossiers de komende periode onze invloed op de toekomst van het zorgstelsel wordt. Dat raakt immers rechtstreeks de inhoud van je portemonnee. Ook richten we ons op stabiliteit in je werk.
En laat duidelijk zijn: wij drukken geen euro’s, er is een crisis en daar moeten we doorheen. Wij zijn er vooral voor bedoeld om de mensen weerbaar te maken, zodat ze zich met rechte rug op de arbeidsmarkt begeven en zodat iedereen prettig kan leven. Dat proberen we te doen langs de lijn van belangenbehartiging en die bestaat voor mij uit collectieve belangenbehartiging in Den Haag en individuele belangenbehartiging op het moment dat je dat nodig hebt. En daarnaast een stevig stuk dienstverlening, zoals kortingen op pakketten. Ik vind dat we in staat moeten zijn om van elke contributie-euro te laten zien wat we ermee doen.
Hoe ga je ervoor zorgen dat er naar de vakbeweging wordt geluisterd?
We leveren elke dag goed werk. Onze mensen sluiten heel veel cao’s af. De onderwijsbond en de politiebond hebben dit jaar effectieve acties gevoerd. In de nieuwe beweging moet ook plaats zijn voor mensen die hun protest willen laten horen in de vorm van een actie, daar is niks mis mee. Mijn voorkeur is wel dat we overleggen zolang het zinvol is, en anders laten we de klinkers trillen.
Is er nog wel ruimte voor het polderoverleg?
Dat denk ik wel. Het poldermodel heeft ons land ver gebracht. Georganiseerd overleg is van meerwaarde. Werkgevers, werknemers en politiek hebben elkaar nodig. Daar hoort bij dat je soms compromissen moet sluiten om er samen uit te komen. Georganiseerd overleg is ook belangrijk op een ander niveau. In de bedrijven moet daarom de organisatiegraad echt omhoog, dat kan met organizing, daar ben ik zeker voor. Op verschillende levels moeten we zorgen dat we erbij zijn. In Den Haag, lokaal en ook aan de cao-tafels.
Tot slot, wanneer beschouw je jouw missie als geslaagd?
Als het congres volgend jaar doorgang kan vinden en als we de structuur maar vooral ook de inhoudelijke cultuur ten goede hebben weten te keren. Als ik zie hoeveel energie onze mensen daarin steken, ja, dan ben ik daar supertrots op. Het is een zware, mooie klus die ik moet doen. Maar ik heb er zin in!

