Wat lost het pensioenakkoord op?
Als we geen pensioenakkoord zouden hebben en pensioenfondsen onvoldoende rekening houden met het inflatierisico, dan houdt houtbewerker Daan van 28 jaar € 200 per maand minder aan pensioen over ten opzichte van zijn net gepensioneerde vader nu. Of moet hij € 240 per maand extra aan premie betalen. Dat willen wij niet. Dus verandering is broodnodig, zodat iedereen straks de boodschappen kan blijven betalen, voor en na het pensioen.
Wat lost het pensioenakkoord op?
- De premie stijgt niet. We werken al genoeg voor ons pensioen. Nog meer premie betalen zouden wij te veel in onze portemonnee gaan voelen.
- Flexibele AOW. In 2020 gaat de AOW-leeftijd naar 66 jaar. Toch blijft het mogelijk om met 65 te stoppen. Wie langer doorwerkt bouwt meer pensioen op. Wel zo rechtvaardig en het houdt onze oudedagsvoorziening betaalbaar.
- We verdelen de rekening eerlijk tussen jong en oud. Er is in totaal € 800 miljard in beheer. Wij maken harde afspraken in pensioenfondsen om dat verstandig voor de lange termijn te beleggen, zodat mensen die nu of over dertig jaar met pensioen gaan hiervan profiteren.
- Met dit pensioenakkoord is het waarschijnlijker dat de pensioenen geïndexeerd kunnen worden . Dat betekent dat ons pensioengeld meer meegaat met loon- en prijsstijgingen en in de toekomst haar waarde behoudt.
- Buffers en bodem blijven zorgen voor voldoende zekerheid. Er komt een inflatiebuffer van ongeveer 25 tot 30 % van het pensioenvermogen. Cao-partijen kunnen er bovendien voor kiezen om een extra buffer (egalisatiereserve) op te bouwen in goede tijden. Een dubbele buffer dus.
- Voldoende zekerheid bovendien doordat pensioenfondsen aan strengere eisen moeten voldoen. Zo moeten ze vooraf duidelijk maken welke risico’s ze gaan nemen en dat voorleggen aan deelnemersraden en aan toezichthouder De Nederlandse Bank.
Met het pensioenakkoord kijken wij naar de lange termijn, zodat iedereen kan genieten van gewoon een goed pensioen.

