Nieuwe OESO-richtlijnen stap vooruit

De OESO, de club van 34 meest ontwikkelende landen, kent richtlijnen voor multinationale ondernemingen, over hoe zij zich buiten de landsgrenzen gedragen. Onlangs zijn die richtlijnen herzien. Echte vooruitgang komt er pas als bedrijven zich op basis van richtlijnen ook werkelijk de maat willen laten nemen. Dan hoeven bierverkopende vrouwen in Cambodja misschien hun lichaam niet meer te verkopen.

olie_450x300

Maatschappelijk verantwoord ondernemen staat anno 2011 hoog op de maatschappelijke en politieke agenda. De Raad van de Jaarverslaggeving heeft er in 2009 nieuwe regels voor opgesteld. De overheid reikt jaarlijks de ‘Kristal’ uit, een prijs voor de ondernemer die er in zijn verslaggeving het meeste en beste werk van maakt.

De Verenigde Naties stelde een bijzondere rapporteur voor de mensenrechten aan, die zich verdiept in hoe bedrijven bij het ondernemen meer respect voor mensenrechten aan de dag kunnen leggen.

En de OESO vond het tijd om de richtlijnen voor multinationals te herzien. In de laatste week van mei zijn die nieuwe richtlijnen aangenomen.

Ondernemerschap onder het vergrootglas

Dat het ondernemerschap in deze tijd en op deze wijze onder het vergrootglas komt te liggen, is verklaarbaar. Waar ondernemingen steeds vaker en uitgebreider over de grenzen heen opereren, ligt sneller de vraag voor hoe ze zich daar dienen te gedragen. Geldt ’s lands wijs, ’s lands eer? Of zijn er algemenere regels die wereldwijd op instemming kunnen rekenen?

Terugtrekkende overheid

Een tweede oorzaak is gelegen in een overheid die zich meer en vaker terug trekt.  Companies rule the world, lijkt haast wel het devies. Daar zijn steeds minder politici en regeringen helemaal gelukkig mee. Burgers zijn in hun rol als consument in toenemende mate kritisch over hoe aan de productie in verre landen vorm wordt gegeven. Er wordt dus steeds meer en vaker gezocht naar referentiekaders, naar afspraken waar relevante partijen bij betrokken waren en die om naleving vragen.  In dat plaatje past ook de herziening van de OESO richtlijnen.

De OESO bestaat uit 34 landen. Dat zijn niet meer alleen de rijke landen. Inmiddels zijn onder meer ook Mexico en Chili aangesloten. De landen maken onderling afspraken over onder welk economisch en sociaal regime men bij voorkeur wil opereren. Er zijn daarom richtlijnen voor multinationals die hun hoofdvestiging in één van de OESO-landen hebben.

Geen kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie

Onder meer de vier ‘core labour standards’ van de ILO zijn in deze richtlijnen verwerkt: vrijwaring van kinderarbeid, van dwangarbeid en van discriminatie, vrijheid van vakorganisatie en van collectieve onderhandeling. Bedrijven zijn er bovendien aan gehouden om werknemers tijdig en volledig te informeren, en om zinvol overleg met ze te voeren. Er staan ook bepalingen in over hoe om te gaan met corruptie, met lokale gemeenschappen en met milieu.

Vakbondsvrijheid

In Engeland deed het Nationaal Contactpunt in 2009 en 2010 uitspraken over hoe Unilever in Azië omging met vakbondsvrijheid. Er waren mensen die jarenlang op dagcontracten werkten om thee te verpakken, van het werk werden weggestuurd. De reden was dat zij door vakbonden op te richten en collectieve onderhandelingen te eisen, pogingen deden om hun rechtspositie en inkomen te verbeteren. Dat was de bedoeling niet.

De gesprekken die in het kader van de OESO-richtlijnen en de naleving plaatsvonden, leidden tot het in vaste dienst nemen van belangrijke aantallen werknemers en tot zeer positieve afspraken over onder meer scholing.

Prostitutie onder werktijd

Er zijn meer voorbeelden van situaties die zich lenen voor een melding op basis van de OESO-richtlijnen. In Cambodja verkopen vrouwen bier voor een laag loon. Het is gebruikelijk dat die vrouwen hun inkomen aanvullen door de klanten seks te bieden. Dat gebeurt soms zelfs in werktijd. Het extra geld hebben ze nodig om henzelf en de kinderen van onderdak en eten te voorzien. Een echtgenoot is er niet altijd, of wellicht heeft ook hij onvoldoende (betaald) werk.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat de vrouwen hun lichaam zouden verkopen als ze fatsoenlijk betaald werden voor de bierverkopende werkzaamheden. Zonder seksactiviteiten zou er onder deze vrouwen bovendien veel minder HIV en Aids voorkomen.

Recht op leefbaar loon

In de OESO-richtlijnen staat dat een bedrijf de mensenrechten van degenen die de gevolgen van hun activiteiten ondervinden, moet respecteren. Het ECOSOC mensenrechtenverdrag zegt dat werknemers met een fulltime baan recht hebben op een leefbaar loon. In de nieuwe OESO-richtlijnen staat dat recht op leefbaar loon zelfs expliciet opgenomen.

In Marokko laat een groentezaadbedrijf mensen werken bij temperaturen van 60 graden Celsius. Wie klaagt kan thuisblijven. Als die mensen lid worden van een vakorganisatie en voor een betere (rechts)positie willen opkomen, dan wacht ook daarom ontslag. Dat is op meerdere manieren in strijd met de OESO-richtlijnen.

Mensen elders zijn goedkoper en minder lastig

Verschillende bedrijven gaan heel gemakkelijk om met het sluiten en openen van vestigingen in andere landen. De reden is veelal zuiver bedrijfseconomisch. De mensen elders zijn goedkoper en vaak ook: minder lastig. Veelal gebeurt het zonder de medezeggenschap er tijdig en volledig bij te betrekken. We krijgen signalen uit de wereld van electronica en uit de financiële wereld. De OESO-richtlijnen spreken zich ook tegen deze handelswijze uit.

In al deze voorbeelden gaat het om bedrijven met een hoofdvestiging in Nederland.  De voorbeelden kunnen moeiteloos aangevuld worden. De OESO-richtlijnen konden voor wat de inhoud betreft reeds goed aangegrepen worden om zaken te melden.

Moeite met melden misstanden: waarom?

Maar vakorganisaties hebben veel moeite om deze en andere wijzen van ondernemen bij een Nationaal Contactpunt – dat in ieder OESO-land als meldpunt is ingericht - aan de orde te stellen. Waarom is dat het geval? We geven een aantal redenen.

Glanzende exposées

Onderhandelaren luisteren allereerst naar hun leden. Die hebben niet altijd een idee van wat het bedrijf over de grenzen heen doet, laat staan dat het belangrijk zou zijn om daartegen in actie te komen. Ze moeten er eerst meer over willen weten. Wellicht moeten ze daarbij de mogelijk glanzende exposées van de afdeling communicatie van het bedrijf ontzenuwen  - die zich baseert op wat de lokale managers rapporteren.

Onderhandelingsagenda

In de tweede plaats betrekt het bedrijf een gesprek over een knelpunt overzee vaak al snel bij een andere, al lopende onderhandelingsagenda. Dat gebeurt nog al eens in negatieve zin. Er is geen onderhandelaar die daar naar uitziet. Zo was er onlangs een bedrijf dat dreigde een lang lopend onderhandelingstraject stil te zetten, tenzij er een brief kwam dat er geen melding op basis van de OESO-richtlijnen in voorbereiding was. 

Ook andere sancties kunnen aan de orde zijn. In Cambodja werden bierverkopende vrouwen die seks aanboden, ontslagen toen bekend werd dat de FNV informatie over de kwestie aan het verzamelen was.

Taal- en logistieke problemen

In de derde plaats moet elke melding natuurlijk worden voorzien van een geloofwaardige onderbouwing. Ook voor vakorganisaties zijn tijd en energie zijn schaars. Daarbij stuit communicatie met andere delen van de wereld vaak op taal- en logistieke problemen, zeker als het gaat om het bellen of mailen met mensen met een (zeer) laag inkomen en de daarbij behorende gebrekkige communicatiemiddelen.

Liever verbeteringen dan sancties

Het zou helpen als bedrijven de OESO-richtlijnen ook en vooral (willen) zien als een meetlat die helpt bij het ontdekken van grenzen bij het ondernemen in andere werelddelen. Het gaat de vakbeweging wereldwijd niet zozeer om het straffen en sanctioneren van multinationals. Een betere naleving van internationale arbeidsnormen staat voorop. Welke verbeteringen zijn dan voorstelbaar?

Het aan de orde stellen van het één mag geen gevolgen hebben voor een ander, al lopend onderhandelingstraject – tenzij de zaken inhoudelijk logisch samenhangen en partijen dat gezamenlijk constateren. Dat is echt belangrijk.

Bescherm integere klokkenluiders

Ook het treffen van sancties tegen melders in andere delen van de wereld kan niet aan de orde zijn. Bedrijven horen managers in andere delen van de wereld juist te trainen in de omgang met en bescherming van integere klokkenluiders.

Onderzoeksmissie

Nederlandse ambassades kunnen helpen door informatie over de OESO-richtlijnen te verspreiden en te adviseren bij problemen die de implementatie betreffen. Voor de onderbouwing van een melding moeten meer middelen ter beschikking komen. Een voorlopige melding kan voor het Nationaal Contactpunt aanleiding zijn om een onderzoeksmissie in te richten alvorens over te gaan tot een besluit over de ontvankelijkheid.

Initiatiefrecht voor Nationale Contactpunten

We kunnen ons zelfs voorstellen dat op termijn Nationale Contactpunten een initiatiefrecht krijgen. Ze hoeven dan niet te wachten tot er een melding komt, maar kunnen op basis van vaak journalistieke arbeid direct aan de slag.

Gemiste kans

De nieuwe OESO-richtlijnen zijn beter dan de huidige. Er staan meer en betere kaders in over mensenrechten, over ketenbeheer, over nut en noodzaak om risico’s tijdig in ogenschouw te nemen, over hoe onverantwoord gedrag te mijden dan wel te corrigeren. Maar de inhoud van de richtlijnen verhelpt hoogstwaarschijnlijk niet dat bedrijven er hardnekkig voor waken dat hun zaken bij een Nationaal Contactpunt worden gemeld. Dat is een gemiste kans.

Meer meldingen nodig

Juist op basis van meldingen kan een bedrijf zich transparant betonen. En juist op basis van meldingen kan heel gericht worden nagegaan hoe bijvoorbeeld bier en seks in Cambodja in de nabije toekomst gescheiden genoten kunnen worden. Althans, als het gaat om het zaken doen.
  
juni 2011
Agnes Jongerius
Lucia van Westerlaak
Voorzitter respectievelijk beleidsmedewerker FNV Vakcentrale