Duurzaamheid en de FNV
Voor de FNV is duurzaamheid een belangrijk thema. Niet alleen vanwege het milieu en de klimaatverandering, maar duurzaamheid slaat ook op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Groen en sociaal gaan hand in hand.
De klimaatverandering, met name de opwarming van de aarde, wordt door de klimaatorganisatie van de VN toegeschreven aan de toename van het broeikasgas CO2 (kooldioxide) in de atmosfeer. Zoals bekend is dat is een gevolg van de massale verbranding van fossiele brandstoffen als olie (benzine) en gas.
Ook voor het laaggelegen Nederland heeft de opwarming van de aarde op termijn grote gevolgen, omdat de zeespiegel stijgt. Voor ontwikkelingslanden zijn de gevolgen nu al vaak dramatisch, omdat daar het geld ontbreekt voor het aanbrengen of ophogen van dijken. Bovendien leidt de klimaatverandering tot extremer weer: langdurige droogte, hevige regenval en overstromingen komen wereldwijd steeds vaker voor.
Daarom moet duurzaamheid topprioriteit zijn. We zullen goedschiks of kwaadschiks ons model van groei, van transport en van het produceren en consumeren grondig moeten heroverwegen en ons gedrag veranderen.
Op de eigen werkplek
We moeten toe naar een samenleving die minder CO2 uitstoot. Door minder energie te gebruiken, en vooral door duurzame energiebronnen te ontwikkelen en te gebruiken. Ook op de eigen werkplek kunnen werknemers hun steentje daaraan bijdragen. En dat moet een tandje sneller en beter, want we halen onze reductiedoelstellingen voor 2020 nog lang niet.
Dat is ook goed voor de economie. Investeren in groene sectoren betekent immers ook kansen op nieuwe banen. Uiteraard moet dat dan wel Gewoon Goed Werk zijn.
Groen de norm
De FNV wil toe naar een economie en een beleid waar ‘groen de norm’ is en waar het principe van de vervuiler betaalt in de prijs van onze producten is meegenomen. De overheid moet duurzaamheid krachtig stimuleren bij zowel huishoudens als bedrijven en organisaties.
Waar mogelijk wil de FNV haar verantwoordelijkheid nemen om verduurzaming van de economie te stimuleren. Dat kan via haar invloed op werkgevers en werkenden, zoals in het cao-overleg en de ondernemingsraden. Aandachtspunten zijn duurzame energie, belastingvergroening, telewerken en duurzaam mobiliteitsbeleid. Dit geldt ook voor de eigen organisaties van de FNV.
De vergroening van het belastingstelsel levert volgens ons een bijdrage aan een schone en duurzame economie. Dit betekent dat de vervuiler meer gaat betalen en de kosten voor het milieu beter in de prijs van een product of dienst worden meegenomen dan nu het geval is. Het verhogen van de lasten op milieu en het verlagen van de lasten op arbeid is daarom precies de beweging die we nodig hebben.
Een verdere vergroening van het belastingstelsel zal dat stelsel ook meer solide maken. Voorbeelden zijn aanpassingen van de energiebelasting, een nieuwe CO2-heffing, verlagen van niet-duurzame energiesubsidies, een open-ruimteheffing, het belasten van het vliegverkeer en differentiatie in autobelastingen.
Alternatieve energiebronnen hard nodig
Gelukkig is er brede steun voor omschakeling naar een duurzame economie. Die is trouwens ook nodig omdat fossiele brandstoffen als gas en olie langzaam maar zeker opraken. Dus zelfs als er helemaal geen klimaatprobleem was, zouden we moeten zoeken naar alternatieve energiebronnen.
Deze omschakeling is dus noodzaak, en tegelijk een interessante kans voor onze economie. Dat betekent wel dat alle sectoren de omschakeling naar meer duurzaam zullen moeten maken. En daarbij moeten wel belangen van werknemers goed worden meegenomen. De internationale vakbeweging dringt daarom aan op een ‘Just Transition’.
SER-advies: topprioriteit duurzame groei
De SER heeft in mei 2010 in het advies ‘Meer werken aan duurzame groei’ het kabinet opgeroepen duurzaamheid tot topprioriteit te verheffen en te komen met een ‘structurele innovatieaanpak voor duurzaamheid’. Zo ontstaan kansen voor economische groei en werkgelegenheid. Ons land beschikt over een groot aantal bedrijven die uitstekend in staat zijn om leidende posities op de wereldmarkt van schone technologie in te nemen.
De FNV benadrukt daarbij dat hierbij wel de werknemersbelangen goed moeten worden meegenomen. Dat is nog lang niet het geval.
Grootste energiebesparing te halen op de werkvloer
Zeventig procent van het nationale energieverbruik komt voor rekening van bedrijven. De grootste energiebesparing kan dus op de werkvloer behaald worden. Ruim driekwart van de Nederlandse werknemers vindt dat er in hun bedrijf meer aandacht aan milieu besteed moet worden.
Een meerderheid denkt ook dat er veel te verbeteren valt in hun eigen bedrijf. Met het project Duurzaam Werken vroegen de FNV Vakcentrale, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV aandacht voor de verduurzaming van de werkplek. Op de speciale website Duurzaam aan het werk staat de duurzame werkplek centraal. Je vindt er voorbeelden, een bedrijfscheck, tools en ondersteuning.
Bijvoorbeeld ‘groen woon-werk verkeer’, maatregelen om energie te besparen, vermindering van het gebruik van papier en duurzaam inkopen. Ook de inzet van groene arbeidsvoorwaarden in de cao-onderhandelingen maakt onderdeel uit van dit project.
Groene arbeidsvoorwaarden
De FNV zal zich de komende periode inzetten voor afspraken over arbeidsvoorwaarden die het milieu ontzien, de zogeheten ‘groene’ arbeidsvoorwaarden. De FNV stimuleert daarom afspraken op sector of bedrijfsniveau tussen werkgevers en werknemers die een meer duurzame werkplek bevorderen.
Dat kunnen zijn: afspraken over het productieproces, de externe uitstoot van schadelijke stoffen, de omvang van het energiegebruik en het grondstoffenverbruik, of de afspraak dat een werkgever zoveel mogelijk gebruik zal maken van milieuvriendelijke producten en een milieuvriendelijke afvalverwerking. En instrumenten voor werknemers om hun eigen deel van de verantwoordelijkheidheid voor een duurzame werkomgeving te kunnen invullen.
Door slim mobiliteitsbeleid wordt het aantal autokilometers en daarmee het aantal files teruggedrongen. Daarom zet de FNV zich in om afspraken te maken over vergoeding van reiskosten die werknemers aanmoedigen te kiezen voor openbaar vervoer en de fiets, carpoolen, het gebruik van milieuvriendelijke leaseauto’s of een dag of meer tele-thuiswerken. Of een combinatie van deze mogelijkheden. Door afspraken te maken over een mobiliteitsbudget in plaats van een kilometervergoeding, kan de werknemer zelf bepalen hoe er gereisd wordt.
De FNV zet ook hoog in om telewerken te stimuleren – in combinatie met zeggenschap over werktijden.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Duurzaamheid wordt meestal breder opgevat dan alleen milieu. Een meer gangbare term daarvoor is maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Dat is vooral een vrijwillig proces.
Door een extra inspanning te doen en extra te investeren, proberen ondernemingen op termijn meer waarde te creëren door ook op internationaal niveau sociaal verantwoord te opereren en een bijdrage te leveren aan het behoud van de planeet.
De FNV is een van de krachten in de samenleving geweest die het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen vroeg heeft ingezien. In de Sociaal Economische Raad werkte de vakbeweging rond de eeuwwisseling mee aan een advies aan de regering ‘De winst van waarden’. Daar is het kenniscentrum MVO Nederland uit voortgekomen, een praktische instelling die alle duurzame praktijken verzamelt en weer doorgeeft, vooral aan het midden- en kleinbedrijf.
In 2009 verscheen het SER-advies ‘Duurzame globalisering, een wereld te winnen’. Uitvloeisel daarvan was de verklaring Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. In het advies en in de verklaring geven werkgevers en werknemers samen met de kroonleden het belang aan van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er is een SER-rapportage methodiek in het leven geroepen waarmee bedrijven en instellingen extra worden opgeroepen om werk te maken van duurzaam ondernemen.
Kinderarbeid en hongerlonen
De vakbeweging helpt collega-vakbonden in ontwikkelingslanden bij vakbondswerk, waar thema’s als kinderarbeid, hongerlonen en dramatische arbeidsomstandigheden heel actueel zijn. Ook dit zijn onderwerpen die vallen onder maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Nederlandse bedrijven die zich in verre landen niet houden aan internationale verdragen, krijgen van de FNV en bonden het dringende verzoek ook daar een sociaal beleid naar Nederlands voorbeeld te voeren, of minimaal internationale verdragen en richtlijnen te volgen.
Ketenverantwoordelijkheid
Steeds belangrijker wordt ook de ‘ketenverantwoordelijkheid’. Bedrijven van hier die producten of grondstoffen uit verre landen halen, moeten aantonen of die boomstammen (bijvoorbeeld) wel in duurzaam beheerde bossen en op een sociaal verantwoorde manier zijn geproduceerd. Het kappen van tropisch regenwoud is een ramp, want bomen nemen CO2 op uit de atmosfeer en leggen dit voor lange tijd vast.
Het is belangrijk om bij het bestellen van bijvoorbeeld bedrijfskleding of computeronderdelen er op te letten dat deze producten zijn gemaakt onder sociaal verantwoorde omstandigheden, bijvoorbeeld zonder kinder- of dwangarbeid.
Fair trade
Op internationaal niveau is de FNV zeker geen voorstander van vrijblijvend beleid. De FNV ondersteunt initiatieven die uitgaan van ‘fair trade’, waardoor de kleine producenten en werknemers in arme landen een eerlijker deel van de opbrengst van hun grondstoffen krijgen.
Groene en internationaal sociaal verantwoorde cao
Als contractpartij namens de werknemers bij cao’s maakt de vakbeweging afspraken die een groen en internationaal sociaal verantwoord karakter hebben. In het jargon van MVO worden werknemers ook wel ‘stakeholders’ genoemd. Dat is een ander woord voor belanghebbenden. Andere belanghebbenden zijn bijvoorbeeld aandeelhouders, omwonenden, belangengroepen of consumenten.
Groene en internationaal sociaal verantwoorde cao’s zijn dus vrijwillig overeengekomen contracten, waar de wetgever (in de toekomst) aan te pas komt door ze algemeen verbindend te verklaren. Dat betekent dat een afspraak door alle bedrijven in een bedrijfstak opgevolgd moet worden. Op deze manier wordt MVO toch minder vrijblijvend.
Voor ‘achterblijvende’ ondernemingen is er altijd de dreiging dat de wetgever alsnog wettelijke regels of eisen stelt. Uit de Tweede Kamer kwam bijvoorbeeld het initiatief om overheden 100 procent duurzaam te laten inkopen in het jaar 2010. Dit heeft heel veel gevolgen voor bedrijven die overheidsopdrachten krijgen. Zij moeten hun duurzame inspanningen straks aantonen.
Ondernemingsraden kunnen ook invloed uitoefenen, op basis van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), waarin de werknemersvertegenwoordigers een actieve taak op het gebied van milieuzorg toegewezen kregen.

